woensdag 8 augustus 2012

Vers van de pers: Niemand overleeft alleen


Het blijft een bijzonder moment. Na maanden van vertalen, bijschaven, herlezen en perfectioneren verschijnt dan eindelijk je meesterwerk. Vanochtend ontving ik de presentexemplaren van de nieuwste Mazzantini, en ik ben er ontzettend trots op!

Delia en Gaetano waren een paar. Nu zijn ze dat niet meer en deze avond moeten ze leren dat ze gescheiden zijn. Ze eten samen in een restaurant om te praten over de omgangsregeling voor de kinderen. De passie van het begin en de woede van het einde zijn gevaarlijk dichtbij.

Delia en Gaetano zijn nog jong, ze kunnen nog opnieuw beginnen. Ze verlangen naar verzoening en acceptatie, maar tijdens de maaltijd halen ze het slechtste in elkaar naar boven. Waar is het misgegaan?

Na het succes van Ga niet weg en Ter wereld gekomen heeft Margaret Mazzantini een roman geschreven die zich laat lezen als de gevoelsbiografie van een generatie. Het is de geschiedenis van vuur en as van een modern paar, dat na een grote liefde een heftige scheiding beleeft.

‘Met grote vaardigheid beschrijft Mazzantini de setting van het diner, de ingesleten gewoonten, de gespreksflarden. De vurige passie, die werd gevoed door de liefde voor hun kinderen, is bijna onmerkbaar vervangen door de slijtage van hun gevoelens, die uitlopen in openlijke haat.’
– La Stampa


 
Oorsponkelijke titel: Nessuno si salva di solo
Vertaald uit het Italiaans door: Miriam Bunnik & Mara Schepers
Uitgeverij Wereldbibliotheek
ISBN 9789028424777


donderdag 2 augustus 2012

Vide Napule e po' muore

Op deze druilerige Hollandse zomerdag droom ik weg, naar Italië natuurlijk. Een paar jaar geleden maakte ik kennis met Napels, en dat heeft een onvergetelijke indruk op me gemaakt!
Ik ging naar de stad van het afval, de stad van het rondzwervende afval en van Gomorra. De stad die altijd alleen maar negatief in het nieuws komt, de stad waarvoor mensen gewaarschuwd worden. Napels zien en dan sterven. Sterven? Omdat je wordt overreden door een scooter met nog lang geen zestienjarige berijder? Omdat de giftige dampen van het overtollige afval de lucht hebben vervuild? Omdat de maffia graag op toeristen schiet?
Ik besloot alles wat ik van Napels wist naast me neer te leggen en onbevangen aan dit avontuur te beginnen. Diego – nee, niet vanwege Maradona die ooit voor Napoli speelde, al is dat wel de reden waarom er zoveel Diego’s zijn in Napels – had een geweldig hotelletje op een prachtige plek voor ons gereserveerd. Via Santa Brigida, de verbindingsweg tussen Piazzale Municipio – met het Castel Nuovo èn Molo Beverello, de vertrekhaven voor de boten naar Capri en Ischia – en de Via Toledo – ooit Via Roma, een lange winkelstraat die uitkomt op het Piazza del Plebiscito, met het koninklijk paleis en een namaak-Pantheon. Het kon slechter.
De eerste avond verdwaalden we in de kleine steegjes van Chiaia, genoten we van het uitzicht op de Vesuvius en de golf van Napels. Wat vooral opviel? De vriendelijkheid van de mensen, die duidelijk nog niet zo gewend zijn aan toeristen en daardoor bot en chagrijnig worden zoals de Romeinen soms. Winkeleigenaars en taxichauffeurs vertellen graag en honderduit over hun stad, hun taal en hun pizza. Wat verder opviel? Dat Napels, ondanks rotzooi, chaos en véél graffiti, toch wel een erg mooie stad is.
Deze positieve indruk is mij eigenlijk de hele week bijgebleven. Adoro Napoli! Prachtige gebouwen, heerlijk eten, de drukte van de Quartieri Spagnoli tegenover de rust van de zee, de dreigende aanwezigheid van de Vesuvius, de nabijheid van kleine paradijsjes als Ischia (waar de mensen zo mogelijk nog vriendelijker zijn!), de passie van de Napolitanen voor hun stad. Ja, natuurlijk, het is chaotisch, druk, vies. De mensen eten duidelijk ongezond, zijn regelmatig nogal aan de dikke kant en kleden zich slecht. Napolitanen uiten hun liefde door ergens op te schrijven, of het nu een gebouw is of de grote rotsen langs de kust. Het Napolitaans is onverstaanbaar en heeft wat mij betreft weinig meer met Italiaans te maken. Maar het leven in Napels is daarentegen wel authentiek Italiaans. Dat wat Nederlandse toeristen willen zien van Italië. Napels zien en dan sterven? Liever niet. Eerder: Napels zien en dan terug willen. Napels zien en hoteldebotel verliefd worden. Napels zien en nooit meer vergeten. (juni 2009)

dinsdag 24 juli 2012

Nascholing in Italië: Tendenze Toscane

Zoals voor veel beroepen geldt, zul je ook als docent Italiaans af en toe je kennis moeten bijspijkeren. Je kennis van de Italiaanse taal, maar ook je kennis van lesmethoden en onderwijstechnieken. En waar kun je dat als docent Italiaans beter doen dan in Italië?

Daarom hebben wij dit jaar deelgenomen aan het programma Tendenze Toscane, aan de Università per Stranieri in Siena, in hartje Toscane. Een week lang werden wij onderworpen aan deskundige professori op het gebied van de Italiaanse taal en cultuur.
De cursus werd ingeleid door de rector van de universiteit die ons bewust maakte van onze belangrijke rol als ambassadeur: wij docenten zijn degenen die de Italiaanse taal en cultuur moeten verspreiden in de rest van de wereld! En aan deze ‘zware’ taak wijden wij ons elke dag weer vol plezier en voldoening.

De cursus was echter niet zozeer ingericht om kant-en-klare lesprogramma’s of -technieken aan te bieden, maar wilde met name handvatten aanreiken voor het invullen van onze lessen: zij geven ons de ingrediënten, maar wij maken er ons eigen gerecht mee!

Tijdens de eerste les gingen we meteen van start met een paar pittige onderwerpen van de Italiaanse grammatica. Het Italiaans is niet alleen een mooie, maar ook een vrij complexe taal. Gelukkig niet zo ingewikkeld als het Nederlands, maar een aantal onderwerpen - zoals het gebruik van werkwoordtijden en voornaamwoorden - kan wel wat extra aandacht gebruiken. De les was niet bedoeld als grammaticales – wij kennen de grammatica inmiddels van haver tot gort -, maar leerde ons hoe we deze onderwerpen het beste aan de student kunnen overbrengen. Andere taalkundige onderwerpen die aan bod kwamen waren oefeningen voor het uitbreiden van het lexicon, het gebruik van woordspelletjes en methodes om de spreekvaardigheid van de student te bevorderen.

Maar als docent Italiaans moet je natuurlijk niet alleen kennis hebben van de taal en de grammatica, je moet ook vertrouwd zijn met de cultuur. Veel culturele aspecten komen tot uiting via de taal en veel taalkundige aspecten ontstaan uit een culturele achtergrond. Dus worden er tijdens een opfriscursus voor docenten ook lessen over cultuur gegeven. En als je je kennis van de Italiaanse taal en cultuur opfrist, worden er dan natuurlijk onderwerpen aangesneden als: cinema, musica, vino, letteratura.

Hoe kun je als docent deze onderwerpen gebruiken bij het lesgeven in de Italiaanse taal? Hoe kan de studenten deze aspecten gebruiken bij het leren van de Italiaanse taal? Films kijken, muziek luisteren, literatuur lezen: al deze elementen kunnen het leerproces bevorderen. Maar behalve het middel kan het ook het doel zijn: wat een geweldig gevoel moet het zijn als je als student Italiaans ineens al die mooie liedjes begrijpt, die mooie verhalen, die mooie taal!

Natuurlijk staat de Italiaanse cultuur ook bekend om eten en drinken. Erg interessant was dan ook de wijnproeverij bij de Enoteca Italiana met een les over teksten op het etiket op de achterkant van wijnflessen. Maar ook natuur, architectuur en stedenbouw ging niet onopgemerkt voorbij: we deden dus ook een giro turistico door het historische centrum van Siena en het mooie Toscaanse landschap, een zeer inspirerende omgeving.

Al met al was het een leuke en leerzame cursus, die ervoor heeft gezorgd dat we vol nieuwe ideeën zitten voor het komende schooljaar. Zo worden onze cursussen Italiaans wellicht nog boeiender en leerzamer! Woon je in de buurt van Utrecht en wil je bij ons Italiaanse les volgen? Kijk dan op de website van de Volksuniversiteit Utrecht en schrijf je in!





Geschreven in samenwerking met Miriam Bunnik

Foto's van Miriam Bunnik

dinsdag 17 juli 2012

De Palio in Siena

Er zijn bepaalde dingen die je als Italië-liefhebber gewoon moet zien en meemaken. Zo is ook de Palio in Siena ongetwijfeld iets wat je niet mag missen.

Op een van de mooiste pleinen van Italië wordt twee keer per jaar een historische paardenrace gereden: de Palio. Deze race, gewijd aan de Heilige Maria, is een uiting van de rivaliteit tussen de zeventien verschillende contrade, wijken of buurtschappen, van de stad. Wanneer je rond deze tijd door Siena loopt zie je overal vlaggen in verschillende kleuren, met de afbeelding van een (mythologisch) dier. Zo is er de contrada van de pantera (panter), de aquila (adelaar) en de lupa (wolvin). Elke contrada is als een staat op zich, met een volksvertegenwoordiging, een priore  en een eigen hiërarchie. Er doen echter maar tien contrade mee, die via een loting worden uitverkoren. Vervolgens wordt, wederom middels een loting, aan elke contrada een paard toegewezen, dat dag en nacht wordt bewaakt en verzorgd. Net als de fantino, de ruiter, die in de laatste dagen voor de race wordt opgesloten en voortdurend door twee heuse bodyguards wordt bewaakt. Afgesloten van de buitenwereld, het nieuws en vooral vrouwelijk gezelschap, kan hij zich in opperste concentratie op zijn belangrijke taak voorbereiden.


Voor de Senesi is de Palio belangrijkste evenement van het jaar, zo belangrijk dat dit jaar zelfs de finale van het EK voetbal in Siena – als enige stad in Italië - niet op grote schermen werd uitgezonden. De festiviteiten en rituelen beginnen al ver van tevoren, en gaan ook na afloop nog een tijdje door. Voorafgaand aan de race trekken alle contrade in vol middeleeuws ornaat door de stad, waarbij ze met vlaggen zwaaien en op trommels spelen. Ook wordt er een generale repetitie gehouden op het plein, zodat de paarden alvast kunnen wennen aan de drukte rondom de race. Op de dag van de Palio zelf worden de paarden ’s middags gezegend door de priester van de wijkkerk. Va’ e torna vincitore! Vervolgens begeeft iedereen zich in de zogenaamde passeggiata storica richting het Piazza del Campo, waarbij de toeschouwers ruim twee uur lang kunnen genieten van historische kostuums, vlaggen, gezang en getrommel. Aan het eind van de stoet rijdt een grote kar, voortgetrokken door vier prachtige witte ossen, waarop het object van verlangen wordt vervoerd: de Palio, een geborduurde bandier in de kleuren van de stad. Dat is waar het allemaal om draait, de prijs voor de winnende contrada.

Dit jaar waren wij er voor het eerst ook bij en we aanschouwden met eigen ogen dit overweldigende spektakel. Helaas deden er maar acht paarden mee, omdat twee paarden op het laatste moment toch niet in goede gezondheid verkeerden. Net voordat de wedstrijd begint worden de startnummers bepaald. Op dat moment valt er onvoorstelbare stilte over het plein, alle toeschouwers houden hun adem in. De startpositie is namelijk erg belangrijk, omdat de laatste ruiter een paar meter achter de rest staat. Hij is degene die uiteindelijk het startschot geeft, maar pas wanneer alle paarden in de juiste volgorde staan. De anderen moeten dus goed opletten!


Met kippenvel en kloppend hart zagen wij hoe de paarden drie rondjes om het plein renden. Na anderhalve minuut kwam de Onda (de golf, afgebeeld met een sierlijke vis) als eerste over de streep en kwam de fantino precies waar wij stonden tot stilstand. Meteen werd hij bestormd door de geëmotioneerde contradaioli die hem van zijn paard trokken en op de schouders zetten. Daarna barstte het volksfeest in de wijk los, waarbij volop werd gegeten en gedronken. Ook nieuwsgierige toeristen konden een graantje meepikken: er werden bekertjes lokale wijn uitgedeeld uit zogenoemde darmigiane, enorme mandflessen. Een paar Senesi hadden ons vooraf al gewaarschuwd: als je hotel in de winnende contrada ligt, zul je ’s nachts geen oog dicht doen. De kerkklok van de plaatselijke kerk wordt de hele avond en nacht geluid, en de feesten gaan soms wel weken door. Hoe langer het geleden is dat een contrada de Palio won, hoe meer geld er in het potje zit om het feest zo groot mogelijk te maken.


De Palio meemaken is een must voor iedereen die van Italië houdt. Een historisch evenement dat je even meeneemt naar de Middeleeuwen, dat de hele stad omtovert in een groot sprookje. Op 16 augustus wordt de tweede race van het jaar gereden: nieuwe ronde, nieuwe kansen. Met een nieuwe Palio waarom gestreden zal worden, want elke gewonnen bandier blijft in het bezit van de contrada.




Geschreven in samenwerking met Miriam Bunnik
Foto's van Miriam Bunnik

donderdag 28 juni 2012

Afwezigheidsbericht

De komende twee weken ben ik in Italië - in het prachtige Siena om precies te zijn - om een nascholingscursus te volgen. Daarom ben ik wellicht iets minder goed bereikbaar dan jullie van mij gewend zijn. Voor dringende zaken kunt u mij bellen op telefoonnummer +39 348 347 6000.

dinsdag 5 juni 2012

Red een Parmezaanse kaas!

De Italiaanse regio Emilia-Romagna wordt geteisterd door aardbevingen. Dit heeft - naast de vele doden en gewonden - niet alleen schade toegebracht aan huizen en historische gebouwen, maar ook aan een van de belangrijkste industrieën van de regio: producenten van onder andere de beroemde aceto balsamico uit Modena en de wellicht nog beroemdere kazen Parmigiano Reggiano en Grana Padano hebben grote schade geleden.
Twee ondernemers, Raymond Janssen en Samuel Sanders (Twee Personen) hebben zich het lot van de Italiaanse kaasboeren aangetrokken en een mijns inziens prachtige actie op touw gezet. Voor 25 euro koop je een stuk Parmezaanse kaas van 1,5 kg, zij regelen de transport en zodra de kazen in Nederland zijn aangekomen, organiseren ze een gezellige afhaaldag met een Italiaans tintje. Of beter gezegd: gezellige afhaaldagen, want de actie is inmiddels een groot succes. Vanochtend waren er al ruim 4500 inschrijvingen.
Ik steun hun initiatief van harte en roep jullie hierbij allemaal op om ook mee te doen! Kijk op www.red-een-kaas.nl en schrijf je in!


dinsdag 15 mei 2012

Salone Internazionale del Libro 2012


(in samenwerking met Miriam Bunnik)

Elk jaar vindt in Turijn de Salone Internazionale del Libro plaats, na de Frankfurter Buchmesse de grootste internationale boekenbeurs van Europa. Met een passie voor lezen, de Italiaanse taal en het vertalen van boeken was dit voor ons een uitgelezen kans om eens wat meer te weten te komen over de Italiaanse boekenwereld. Gewoon om eens te kijken wat er allemaal is.

Dit jaar vierde de Salone zijn 25e verjaardag. Ter gelegenheid daarvan is de città visibile (de zichtbare stad) ingericht: een tentoonstelling van de 25 objecten die symbool staan voor de veranderingen die de stad die de Salone elk jaar huisvest heeft doorgemaakt: onder meer het Juventus-stadion, de Olympische fakkel, de nieuwe Fiat 500,  waaraan hedendaagse schrijvers een verhaal hebben gewijd.

Gastlanden waren dit jaar Spanje en Roemenië, die een eigen stand hadden om hun literatuur te presenteren. De Spanjaarden omdat de Spaanse literatuur heel populair is in Italië, de Roemenen omdat de grootste buitenlandse gemeenschap in Turijn bestaat uit 80.000 Roemenen en de Roemeense cultuur in Italië niet de aandacht krijgt die ze zou verdienen.

Het thema van dit jaar was Primavera digitale, een digitale lente waarin wordt stilgestaan bij de invloed die de komst van E-books en moderne technologische snufjes als internet, smartphones en tablets heeft op de uitgeverswereld en het papieren boek. Hoe kun je digitale boeken beschermen tegen piraterij? Hoe gaan we om met selfpublishing? Wat is de toekomst van online lezen en schrijven op blogs en social media?

Met een programma zo dik als een boek onder de arm struinden we langs 1.200 exposanten van verschillende orde en grootte. Natuurlijk waren grote namen als Einaudi, Feltrinelli en Mondadori met een indrukwekkende stand aanwezig, maar ook bol.com en Lonely Planet waren vertegenwoordigd.  Daarnaast hadden we keuze uit meer dan 1.000 schrijvers om naar te gaan luisteren: Italiaanse gastsprekers als Fabio Volo, Niccolò Ammaniti, Davide Enia en Paolo Giordano, maar ook internationale gasten als Henning Mankell, Christopher Paolini en Elizabeth Strout.

Belangrijk onderdeel van de Salone was het International Book Forum, de zakelijke kant van het uitgeversvak. Hier wordt onderhandeld over film- en vertaalrechten en wisselen de verschillende internationale uitgevers met elkaar van gedachten over hun vak en de beurs. Ook Nederland was hier vertegenwoordigd door Ambo Anthos en Artemis & Co. Helaas was dit gedeelte van de Salone voor ons vertalers niet toegankelijk.

Gelukkig kregen we wel de kans om in het auditorium naar Fabio Volo te luisteren, die gepassioneerd vertelde over het ontplooien van je talenten, het koesteren van je dromen en het belang van lezen. Persoonlijk hoogtepuntje was een bezoek aan de stand van uitgeverij Marsilio, die momenteel hoge ogen gooit met  de bestseller Tu sei il male van hun paradepaardje Roberto Costantini, een schrijver die wij heel graag wilden ontmoeten, omdat we momenteel zijn boek, het eerste deel van een spannende misdaadtrilogie, vertalen. Deze in Libië geboren schrijver werd vervolgens door zijn favoriete Spaanse schrijfster geïnterviewd in het Caffè Letterario, een literair café gesponsord door het Turijnse koffiemerk Caffè Vergnano. Zijn verhaal bevestigde wat wij al wisten: Tu sei il male is meer dan alleen misdaadroman, het stelt ook de sociale problemen in Italië aan te kaak in de stijl van Stieg Larsson.

De rest van de dag hebben we doorgebracht met het snuffelen tussen de stapels boeken, die je met mooie kortingen ter plekke kon aanschaffen, waar we dan ook gretig gebruik van hebben gemaakt. Moe maar voldaan van alle indrukken die we hebben opgedaan, met pijnlijke voeten en tassen vol nieuwe aanwinsten verlieten we de Salone 2012, een waar paradijs voor boekenliefhebbers!

Salone del Libro 2012
Salone del Libro 2012

Fabio Volo
Roberto Costantini