vrijdag 6 december 2013

Imparare l'italiano... cantando!

Ik geef mijn studenten Italiaans altijd het advies mee om naast mijn lessen vaker met de taal bezig te zijn. Een keer per week anderhalf uur les is immers niet voldoende om een taal snel op te pikken. Maar ‘studeren’ hoeft helemaal niet vervelend te zijn: kijk een Italiaanse film, lees een Italiaans boek (voor beginners heeft Intertaal bijvoorbeeld de Easy Readers) of luister naar Italiaanse muziek. Zo krijg je op een leuke manier meer affiniteit met de klanken en de grammatica van het Italiaans.

Ook tijdens mijn lessen maak ik veel gebruik van muziek. Bij de beginners maak ik bijvoorbeeld een gatentekst van una canzone, een lied. Al luisterend vullen zij de ontbrekende woorden in: een leuke en leerzame oefening voor zowel luistervaardigheid als schrijfvaardigheid, waarmee bovendien de woordenschat flink uitgebreid wordt. Voor deze oefening gebruik ik vaak het nummer Per te van Jovanotti, omdat de zinnen eindigen op woorden die voor de beginnende student makkelijk te begrijpen zijn. De docent kan de songtekst vervolgens ook samen met de groep vertalen. 


Maar ook voor de complexere grammatica kun je als docent gebruikmaken van muziek. Zo bestuderen mijn vijfdejaars van de Volksuniversiteit in Utrecht momenteel de ingewikkelde periodo ipotetico, een pittig stukje grammatica dat menig student tot wanhoop drijft. Se si potesse non morire van de Italiaanse poprockgroep Modà bood uitkomst: niet alleen vonden mijn studenten het een mooi nummer en een leuke oefening, maar aan het eind van de les begrepen ze de stof veel beter! 

   
Ik vind het belangrijk om gevarieerde lessen aan te bieden, zodat de studenten op verschillende manieren gestimuleerd worden en gemotiveerd blijven. Muziek helpt daarbij!

zaterdag 23 november 2013

De grote schoonheid van La Grande Bellezza

Ho cercato la grande bellezza, ma non l’ho trovata.
(Ik heb de grote schoonheid gezocht, maar niet gevonden.)

Uitgesproken door een mondaine schrijver op een prachtig dakterras vanwaar je het Colosseum bijna kunt aanraken, lijkt dit wat blasé. Decadent. Jep Gambardella (gespeeld door de magistrale Toni Servillo) is een succesvol journalist die ooit een roman schreef die hem een literaire prijs en de reputatie van gefrustreerd schrijver opleverde. Nog altijd maakt hij deel uit van de jetset in de stad Rome. Hij verschijnt op elk feestje, zijn scherpe geest wordt bejubeld en zijn gezelschap wordt opgezocht. Hij denkt echter met verbittering terug aan zijn gepassioneerde jeugdliefde en besluit na zijn 65e verjaardag het schrijven weer op te pakken en op zoek te gaan naar de eigenlijke zin en schoonheid van het leven.
 
Meer dan een verhaal met een begin en een einde is La Grande Bellezza een aaneenschakeling van oogstrelende beelden, waar ondanks de leegte en oppervlakkigheid van het leven van de personages een niet te missen schoonheid vanaf spat. Een reeks bizarre, ontroerende en soms hilarische ontmoetingen: een kardinaal die liever zijn culinaire recepten deelt dan over religie praat, een soort Moeder Teresa die alleen maar plantwortels eet en op de grond slaapt, een veertigjarige stripper die Jep even lijkt te kunnen ontdooien, een giraffe in de Thermen van Caracalla en flamingo’s op het dakterras. Toni Servillo, die ook in Le conseguenze dell’amore en Il Divo al succesvol samenwerkte met Paolo Sorrentino, draagt de film ogenschijnlijk moeiteloos: een vluchtige blik, een licht opgetrokken wenkbrauw, een enkel weloverwogen woord zijn voldoende om het cynisme en de verbittering van de gefrustreerde schrijver tot uiting te brengen.   

La Grande Bellezza krijgt overal lovende kritieken en vijf sterren in elke krant, en ik kan niet anders dan me daarbij aansluiten. Sorrentino’s film is van een grote schoonheid die uitnodigt om de film meer dan eens te bekijken, en dat ga ik dan ook zeker doen.

Bekijk hieronder de trailer:
 
 

vrijdag 13 september 2013

Vliegen op vrijdag... de 13e!


Vier jaar geleden vloog ik op vrijdag de dertiende naar Rome. Toen ik een taxi belde om naar het vliegveld te gaan, kon de Rotterdamse telefoniste het niet laten daar toch even iets van te zeggen. Ik schreef onderstaand blog, omdat het in Italië gelukkig net even anders zit.
  
Morgen mag ik weer naar Rome. Mijn hoofd stroomt natuurlijk over, zoals altijd. Dingen die ik nog moet doen, herinneringen aan mijn mooie stadje en de avonturen die ik er heb beleefd, de zin om mijn zus weer te zien. Maar deze keer komt er nog iets bij: het is morgen vrijdag de dertiende. Ik ga vliegen op vrijdag de dertiende!

Natuurlijk geloof ik daar niet in. Het doet me niets! De Chinezen beweren immers dat vrijdag de dertiende een dag vol goede, positieve energie is, maar dat de mensen alleen niet weten hoe ze daarmee om moeten gaan. Maar toch, de telefoniste van de RTC kon het niet laten om er - in onvervalst Rotterdams - een opmerking over te maken. En de link te leggen met mijn vliegreis. Op een of andere manier blijft het een vreemde dag, en het gevoel dat erbij hoort gaat niet zomaar weg.

Gelukkig vlieg ik morgen naar Italië. Daar brengt vrijdag de zeventiende ongeluk, en is vrijdag de dertiende een doodnormale dag. Zeventien is de som van de Romeinse cijfers VIXI, en het Latijnse woord vixi betekent “ik heb geleefd”, oftewel “ik ben dood”. Die verklaring vind ik persoonlijk een stuk geloofwaardiger dan waarom bij ons het getal 13 het ongeluksgetal is. In Europa en Amerika wordt 13 als ongeluksgetal beschouwd, omdat het 1 + 12 is. Twaalf wordt beschouwd als het getal van perfectie, bijvoorbeeld omdat er in het Nieuwe Testament sprake is van twaalf apostelen. Meer dan perfect moet dus, doorredenerend, ongeluk brengen. Bij het Laatste Avondmaal was Judas als dertiende aanwezig en hij verraadde later Jezus.

Ik geloof niet in God, Jezus en de Bijbel, en dus ook niet vrijdag de dertiende. Nu maar hopen dat de piloot er ook zo over denkt!

Meer weten over vrijdag de dertiende? Klik hier.

donderdag 22 augustus 2013

Vertaalsters aan het woord

Onlangs zijn covertaalster Miriam Bunnik en ik geïnterviewd door Italiëplein over ons werk als boekvertaler. Hieronder kunnen jullie het hele interview lezen.
 
Mara Schepers en Miriam Bunnik: vertalers van Italiaanse boeken

Met enige regelmaat verschijnen er Italiaanse boeken in een Nederlandse vertaling. Vrijwel altijd gaat alle aandacht uit naar de Italiaanse schrijver van het boek. De (Nederlandse) vertalers blijven meestal onzichtbaar.

Vertaalsters Miriam Bunnik en Mara Schepers vertaalden samen onder andere het boek Morgenzee van schrijfster Margaret Mazzantini. Italiëplein sprak met ze over het werk van de vertaler.

Vertalers Italiaans Mara Schepers (links) en Miriam Bunnik (rechts)
Vertalers Italiaans Mara Schepers (links) en Miriam Bunnik (rechts)

- Eerst maar even de onvermijdelijke vraag: wat was jullie drijfveer om Italiaans te gaan studeren?
Miriam: 'Op de middelbare school was ik gek van talen. Toen ik vervolgens in de vijfde naar Rome ging en daar Italiaans hoorde praten, wist ik dat ik die taal wilde leren. Toen ben ik Italiaanse Taal gaan studeren aan de Universiteit in Utrecht. Daar hebben Mara en ik elkaar leren kennen. Met het oog op een toekomstige baan heb ik vervolgens een Master Interculturele Communicatie gedaan en een Master Vertalen.'
Mara: 'Ik heb na mijn eindexamen een jaar als au pair in Rome gewoond en gewerkt, en in dat jaar ben ik verliefd geworden op Italië, het Italiaans en de Italianen. Ik moest wel Italiaans gaan studeren! In Utrecht heb ik mijn kennis van de taal en cultuur uitgebreid, en na een Master Interculturele Communicatie en een Master Vertalen wist ik het zeker: ik wil me nooit meer met iets anders bezighouden dan met Italië en het Italiaans.'

- Was het altijd al een ambitie om boeken te gaan vertalen?
Miriam: 'Eigenlijk wel. Het zijn de mooiste en interessantste teksten om te vertalen. Mijn eindscriptie voor de Master Vertalen ging over een literair werk, van Stefano Benni, en daarmee is mijn passie voor literair vertalen ontstaan.'
Mara: 'Eigenlijk niet, al heb ook ik voor de Master Vertalen mijn scriptie geschreven over een literair werk. Ik dacht altijd dat ik bij een grote (Italiaanse) multinational wilde werken. Na mijn afstuderen ben ik voor een Italiaanse semioverheidsinstelling gaan werken, die zich bezighield met het bevorderen van de handel tussen Italië en Nederland. Heel interessant, maar werken voor de Italiaanse overheid was niet altijd even makkelijk. Voor mezelf beginnen voelde als een logische stap toen we de kans kregen om een boek te vertalen.'

- Hoe verloopt zo’n vertaaltraject? Een uitgever koopt een licentie om het boek hier uit te mogen geven en gaat dan op zoek naar een vertaalster?
Mara: 'De details van het proces kennen wij vertalers niet echt, want tot aan het moment dat de uitgever ons belt met de vraag of we een boek willen vertalen gaat alles eigenlijk buiten ons om. Maar inderdaad, een Nederlandse uitgever koopt de vertaalrechten van een boek en kiest dan een vertaler die ze bij dat boek vinden passen. Soms vragen ze specifiek om een vrouw, omdat de hoofdpersoon een vrouw is. Soms heeft de vertaler kennis nodig van een specifiek onderwerp, bijvoorbeeld voetbal.'

- Kan je intekenen op boeken of krijg je er simpelweg een toegewezen?
Miriam: 'Voor boekvertalingen bestaan geen aanbestedingen. Niet iedereen kan een boek vertalen en daarin moet je je dan ook eerst bewijzen. De uitgever kiest zelf zijn vertalers.'
Mara: 'De tarieven liggen ook vast, voor het vertalen van literatuur bestaat een modelcontract. Het is dus niet zo dat wij een offerte maken en de uitgeverij kiest welke ze het aantrekkelijkst vinden.'

- Hoe goed moet je Italië en de Italiaanse cultuur kennen om een boek te kunnen vertalen?
Morgenzee - Margaret MazzantiniMiriam: 'Heel goed. Juist in literaire teksten komen veel cultuurspecifieke zegswijzen, kleurschakeringen en uitdrukkingen voor. Je moet er een gevoel bij krijgen. Italianen hebben een andere manier van schrijven dan bijvoorbeeld onze noorderburen. Veel bloemiger en emotioneler.'
Mara: 'Soms is het moeilijk om in het Nederlands hetzelfde effect te bereiken. Je moet als vertaler elke nuance van de taal begrijpen, om voor de passende Nederlandse vertaling te kunnen kiezen. Het is ook belangrijk om de Italiaanse geschiedenis te kennen, omdat daar expliciet of impliciet vaak naar verwezen wordt in een roman. Bij Morgenzee speelde bijvoorbeeld de kolonisatie van Libië een grote rol. Dan moet je als vertaler weten wat daar precies is gebeurd, omdat context heel belangrijk is voor een goede vertaling.'

- Hoeveel vertalers/vertaalsters zijn er in Nederland die Italiaanse literatuur vertalen, is het een kleine wereld?
Mara: 'Wat betreft de Italiaanse literatuur: ja, het is een redelijk kleine wereld. Hoeveel collega’s we precies hebben, weet ik niet. Ik ken er een stuk of tien persoonlijk, denk ik.'
Miriam: 'Het is wel een lastig wereldje om in binnen te komen. Veel vertalers ambiëren een carrière als boekvertaler. In Amsterdam zit de Vertalersvakschool, waar je een tweejarige opleiding kunt volgen. Bovendien is de Universiteit Utrecht druk bezig met het ontwikkelen van een Master Literair Vertalen. Je eerste opdracht binnenhalen is wel wat makkelijker als je een van die opleidingen afrondt, maar verder moet je vooral jezelf goed profileren en bewijzen. Elk jaar worden de Literaire Vertaaldagen in Amsterdam georganiseerd. Dat is een goede gelegenheid om jezelf te laten zien en met andere collega’s in contact te komen.'

- Wat is de belangrijkste eigenschap die jij als vertaalster moet hebben?
Miriam: 'Als vertaler moet je, denk ik, vooral kritisch zijn. Je eigen vertaling constant in twijfel trekken. Elk detail moet kloppen en elk woord moet zorgvuldig gekozen worden. Je moet veel kennis van zaken hebben. En vooral de Nederlandse taal goed beheersen. Vertalen is niet alleen het overzetten van woorden, want elk woord heeft een eigen betekenis in de context.'
Mara: 'Je moet ook analytisch zijn en zeer nauwgezet. Je gaat er nooit zomaar van uit dat wat de schrijver heeft geschreven ook daadwerkelijk klopt. We checken (bijna) alle details uit een boek en proberen ons in te leven in de (leef)wereld van de personages. Zo ontdekken we weleens foutjes in een boek, bijvoorbeeld toen de hoofdpersonen in Parijs waren en keken naar de klok op de Eiffeltoren die aftelde naar het jaar 2000, terwijl het verhaal zich afspeelde in 1989 en die klok er nog helemaal niet was!´

- Vertaal je ook wel eens een boek waar je zelf helemaal niets mee hebt?
Miriam: 'Dat is tot nu toe gelukkig nog niet voorgekomen. Toch denk ik dat je als boekvertaler blij bent met elke opdracht die je krijgt. Je leert er veel van, dus ook als je niet zo bekend bent met een bepaald onderwerp, dan lees je je daarover in en verbreed je je horizon.'
Mara: 'Ik kan me zo voorstellen dat je een genre vertaalt dat je normaal gesproken zelf nooit zou lezen. Ik noem maar wat, fantasy of chicklit. Wat mij betreft is dat juist leuk, omdat je je moet inleven in een nieuw onderwerp, afwijkend taalgebruik of een leefwereld die heel anders is dan die van jou. Als vertaler leer je ontzettend veel, en dat vind ik nu juist zo leuk aan ons werk.'

- Heb je voor je gaat vertalen contact met de schrijver om dingen door te spreken? Hoe ging dit bij Morgenzee?
Mara: 'Er zijn vertalers die contact hebben met de schrijver, maar bij ons is dit nog niet voorgekomen. Natuurlijk zouden wij, of de uitgeverij, contact kunnen opnemen met de schrijver als er onduidelijkheden zijn die om toelichting vragen. Er zijn ook schrijvers die heel nauw betrokken zijn bij de vertaling van hun romans. Ik zou Mazzantini graag een keer ontmoeten, aangezien we inmiddels al drie romans van haar hebben vertaald, maar dat is er tot nu toe niet van gekomen.'

- Hoe vrij ben je als vertaalster om er echt jouw vertaling van te maken? Bij boekverfilmingen kijkt de schrijver regelmatig mee met het scenario van de film. En soms wordt dit door de regisseur juist afgehouden. Hoe ging dit bij Morgenzee?
Miriam: 'Je wordt als vertaler redelijk vrij gelaten. Dit verschilt per boek en per schrijver. Als vertaler zorg je dat je de schrijver goed ‘kent’, door ander werk te lezen of bijvoorbeeld een biografie. In ons geval was Morgenzee de derde vertaling die we maakten van Mazzantini. Daardoor waren we al zeer vertrouwd met haar stijl en haar manier van vertellen. Soms heb je bij Italiaanse vertalingen te maken met dialecten. Die kun je niet echt vertalen, je kunt er niet bijvoorbeeld Amsterdams van maken. Daar moet je als vertaler dan een creatieve oplossing voor bedenken.'
Mara: 'Het hangt ook af van wat de Nederlandse uitgever wil. Natuurlijk vertaal je een roman zo ‘getrouw’ mogelijk, met respect voor de stijl van de schrijver, maar sommige dingen die in het Italiaans zo mooi klinken en door Italianen mooi gevonden worden, werken in het Nederlands simpelweg niet. De uitgever vraagt van ons om een boek af te leveren dat ook past binnen de Nederlandse leescultuur, een boek dat de Nederlandse lezer aanspreekt dus, en daarvoor moet je soms concessies doen aan het origineel, vrees ik. Denk maar aan woordgrappen of bepaalde stijlfiguren. Natuurlijk doe je je best om die te behouden, maar soms kan dat helaas niet.'

- Wanneer is een vertaling goed?
Miriam: 'Wanneer je niet leest dat het een vertaling is. Daarbij is het natuurlijk niet de bedoeling dat je je eigen verhaal schrijft. Je moet de brontekst eer aan doen en de stijl handhaven. Maar een lezer wil vooral niet weten dat hij een vertaling leest. Dus als vertaler moet je ook een goede kennis hebben van de doeltaal en de doelcultuur.'

- Hoe lang heb je over de vertaling van Morgenzee gedaan? Hoeveel pagina’s vertaal je per dag?
Mara: 'Wij hebben voor Morgenzee zo’n 3 maanden de tijd gehad. De hoeveelheid woorden die je per dag vertaalt hangt sterk af van het type tekst, en ligt bij de romans van Mazzantini redelijk laag, omdat haar taalgebruik soms moeilijk te vatten is in het Nederlands. Aangezien wij als duo werken wijkt onze werkwijze enigszins af van die van solovertalers. We verdelen de tekst, in het geval van Morgenzee in tweeën, en vertalen dan eerst elk ons eigen deel. Vervolgens lezen we elkaars vertalingen door en voorzien die van opmerkingen en verbeteringen. Dan kruipen we samen achter de computer, waarbij de een de tekst hardop voorleest en de ander nog eens meekijkt in het origineel om zeker te weten dat we niets zijn vergeten. De laatste stap is de hele vertaling nog eens van papier lezen. Ik schat dat we voor Morgenzee ongeveer een maand aan de eerste vertaling hebben gewerkt, en de laatste twee maanden aan het finetunen ervan.'

- Wat hebben jullie persoonlijk toegevoegd aan Morgenzee met jouw vertaling?
Mara: 'Dat vind ik lastig. Ik weet niet of een vertaler echt iets kan of mag toevoegen. Ik hoop dat we Mazzantini’s poëtische, zwierige stijl hebben weten te vangen in een voor het Nederlandse publiek prettig leesbare vertaling.'
Miriam: 'Ik denk dat Morgenzee vooral een toevoeging is aan de Nederlandse literatuur. Het is een aangrijpend verhaal over een situatie die ook zeer actueel is (bootvluchtelingen, asielzoekers, en de politieke situatie in Afrika). We zien de beelden op tv, maar begrijpen niet wat dit met de mensen in kwestie doet. Mazzantini heeft dat pakkend opgeschreven. Ze neemt je echt mee naar die wereld en haar verhaal grijpt je naar de keel. Hopelijk maakt dit boek wat los bij de lezers.'

- Wat is jullie mooiste vertaling tot nu toe?
Een afspraak maken op z'n Italiaans (door Francesco Piccolo)Miriam: 'Mijn mooiste boekvertaling was een klein boekje Momenten van onverwacht geluk, waarin de schrijver, Francesco Piccolo, met kleine anekdotes, zinnetjes of soms alleen maar een paar woorden grappige momenten van geluk beschrijft. Veel van die momenten zijn heel herkenbaar en tijdens het vertalen werd ik er zelf ook helemaal gelukkig van.'
Ter wereld gekomen - Margaret MazzantiniMara: 'Wat mij betreft was dat Ter wereld gekomen van Margaret Mazzantini. Een prachtige, indringende, ontroerende roman over de liefde, tegen de achtergrond van de verwoestende oorlog in Joegoslavië. Een meesterwerk, en een enorme uitdaging waaraan ik met plezier heb gewerkt.'

- Zijn er al nieuwe projecten bekend waar jullie aan meewerken?
Roberto Costantini -  Jij bent het kwaadMiriam: 'Op dit moment werken we weer samen aan het tweede deel van een trilogie. Het eerste deel, Jij bent het kwaad van Roberto Costantini is begin dit jaar verschenen. Het is een spannende thriller met commissaris Michele Balistreri in de hoofdrol, die niet alleen een aantal moorden moet oplossen, maar ook de nodige kritiek levert op de Italiaanse maatschappij. In het tweede deel komt tevens een stukje Italiaanse geschiedenis aan bod, aangezien een groot deel van het verhaal zich afspeelt in Italiaans Libië. Daar weten we na Morgenzee al aardig wat van!'

woensdag 10 juli 2013

Italiaans leren in Utrecht

Wil je volgend jaar tijdens je vakantie in Toscane graag wat Italiaans spreken zodat je kunt communiceren met die aardige ober of die vriendelijke eigenaresse van je B&B? Lijkt het je leuk om de teksten van Eros Ramazzotti, Laura Pausini of de opera's van Puccini te kunnen begrijpen? Houd je ook zo van het Italiaanse dolce vita, de Italiaanse mode, Italiaans design of de Italiaanse keuken?

Schrijf je dan nu in voor een van de cursussen van de Volksuniversiteit Utrecht, dan kun je eind september beginnen!
Ga naar de website van VU Utrecht, of kom naar de Open Dag op 31 augustus 2013!


zaterdag 11 mei 2013

Vers van de pers: Morgenzee

Farid is een Libisch jongetje, zijn huis wordt omringd door de woestijn en zijn beste vriend is een gazelle die teder naar hem kijkt en uit zijn hand eet. Wanneer alles verloren lijkt, probeert Jamila, zijn moeder, te vluchten. Op een klein bootje steken ze samen met heel veel anderen de zee over. Op naar Italië, op naar de vrijheid die een jarenlange meedogenloze dictatuur hun had ontnomen. Farid had de zee nog nooit gezien. Een uitgestrekte blauwe woestijn die de belofte leek van een nieuw leven, maar die nu juist hun nieuwe gevangenis wordt.

Vito is een Siciliaanse jongen, die is opgegroeid met de verhalen van zijn moeder en oma, die in de jaren zeventig door Khadaffi uit Libië zijn verjaagd. Vito kijkt naar de zee, dat streepje water dat Italië van Libië scheidt. Zijn moeder Angelina is elf jaar lang Arabisch geweest en heeft Libië nooit helemaal kunnen vergeten.

Morgenzee is het ontroerende, intense verhaal van twee moeders en hun zonen, die allebei aan een kant van de zee wonen en verlangen naar de overkant. Mazzantini behandelt het universele thema van migratie, van mensen die uit hun huizen worden verbannen, hun familie en hun wortels moeten achterlaten. Van het geweld van een oorlog en van de natuur, de kracht van twee vrouwen, die de toekomst van hun kinderen proberen te beschermen in de hoop op een beter leven.

Na de oorlog in het voormalig Joegoslavië in Ter wereld gekomen, neemt Mazzantini ons in Morgenzee mee naar Libië. Het Libië van nu, of althans, van een paar jaar geleden toen Khadaffi nog leefde, en het Italiaanse Libië, la Libia italiana, van 1912 tot 1947 een kolonie van Italië. Ze neemt ons mee in het leven (en leed) van de tienduizenden Italianen die, toen Khadaffi aan de macht kwam en besloot Libië terug te geven aan de Libiërs, gedwongen werden huis en haard te verlaten en terug te keren naar Italië, al waren sommigen van hen daar nog nooit geweest. Ze vertelt ons over de moeilijkheden die deze repatrianten ondervonden, over hun heimwee naar Afrika, over het gebrek aan respect van de ‘echte’ Italianen. We zien het actuele probleem van de talloze bootvluchtelingen die op gammele bootjes proberen Lampedusa, en daarmee Italië en Europa, te bereiken. Hun ontberingen, hun doodsangst, hun wanhoop. De twee verhaallijnen zijn gescheiden, maar raken elkaar toch: de zee vormt het verbindende element. Mazzantini’s kenmerkende indringende taalgebruik raakt je, haar verhaal ontroert je en zet je aan het denken.  
Margaret Mazzantini, Morgenzee 
Oorspronkelijke titel: Mare al mattino
Uit het Italiaans vertaald door: Miriam Bunnik & Mara Schepers
Uitgeverij Wereldbibliotheek 2013
ISBN 9789028425156
prijs € 14,90
Bestel het boek hier

dinsdag 7 mei 2013

Zzp-dilemma's


Toen ik me, inmiddels bijna vijf jaar geleden, als zzp’er inschreef bij de Kamer van Koophandel, lag de wereld voor me open. Alleen maar dingen doen die ik leuk vind, prachtige boekvertalingen maken en altijd met Italië en het Italiaans bezig zijn. Zelf mijn tijd indelen, niet naar de pijpen van een gestreste baas hoeven te dansen. Mijn eigen boontjes doppen.

Hoewel ik wellicht in het begin nog niet alleen maar dingen kon doen die ik leuk vind - er moest immers ook brood op de plank - bleek mijn idee over het zzp-schap aardig te kloppen. De vrijheid die ik ervaar doordat ik zelf beslis waar en wanneer ik werk, en welke opdrachten ik wel of niet aanneem, is onbetaalbaar. Ik ben inmiddels vele ervaringen rijker, heb een aardig klantenbestand opgebouwd en heb tot nu toe niets te klagen: het werk blijft maar komen. En daar ontstaat meteen mijn dilemma: hoe houd je als zzp’er werk en privé in balans? De hoogste tijd om mijn situatie eens aan een grondige analyse te onderwerpen. Als het ware een functioneringsgesprek met mezelf.

Conclusie: ik ben eigenlijk altijd aan het werk. Mijn gebruikelijke kantoortijden zijn ongeveer van 9 tot 18, en dan geef ik een paar avonden per week ook nog Italiaanse les. In het weekend werken is soms meer regel dan uitzondering, want deadlines zijn deadlines en die moeten worden gehaald. Twitter en Facebook gebruik ik voornamelijk zakelijk, en het tweeten, volgen en delen op deze sociale media vallen dus eigenlijk onder het kopje ‘werk’. Als ik op vakantie ben, lukt het me nooit helemaal om mijn e-mail niet te lezen. Als er nieuwe vertaalopdrachten voorbijkomen, terwijl ik eigenlijk al tot over mijn oren in het werk zit, ga ik toch rekenen, schuiven, passen en meten, want wellicht kan die ene opdracht er toch nog wel bij. Pasen? Kerst? Hemelvaartsdag? Niet werken betekent geen inkomen, dus vaak werk ik gewoon door. Aangezien mijn werk ook mijn grootste passie is, ben ik er bijna 24/7 mee bezig.

Is dat goed? Aan de ene kant wel. Mijn passie en enthousiasme werken aanstekelijk en zorgen ervoor dat ik altijd het best mogelijke werk aflever. Ik weet klanten aan me te binden, omdat ik deadlines altijd haal, nauwkeurig werk en open sta voor vragen of opmerkingen van mijn opdrachtgevers. Aan de andere kant merk ik dat ik het soms moet loslaten. Dat het niet erg is als ik een keertje een opdracht afwijs, omdat ik het simpelweg al te druk heb. Dat het menselijk lichaam niet is gemaakt om zeven dagen per week te werken: we hebben allemaal soms wat rust nodig. Dat mijn privéleven af en toe ook wat aandacht nodig heeft, dat ik meer tijd moet nemen om te ontspannen - alleen, met mijn partner of met vrienden. Dat ik soms gewoon Mara moet zijn, en niet Mara Schepers: voor al uw Italiaanse zaken!
 
Ik ga ermee aan de slag. Maar ik weet nu al dat ik in elk geval tot 1 juli bijna non-stop aan het werk zal zijn. Ook een vertaling nodig? Kijk eens op mijn website!