donderdag 21 maart 2013

Blogtip: Auteurs en hun vertalers

De Italiaanse schrijfster, vertaalster en blogster Cristina Vezzaro was het zat. Meer dan zat. Het feit dat vertalers niet genoemd worden in boeken of recensies is volgens haar un malcostume molto radicato nella cultura italiana, een zeer slechte gewoonte die diep in de Italiaanse cultuur verankerd is. Waar vertalers in andere landen wel erkenning krijgen voor hun werk, blijven belangrijke kranten als La Repubblica titels of stukken uit boeken citeren zonder ooit de naam van de vertaler te vermelden. En zo ontstond een nieuwe rubriek op haar blog, waarin schrijvers geïnterviewd worden over “hun” vertalers. Binnen een dag nam het initiatief internationale vormen aan en iedereen die geïnteresseerd is in literatuur en het vak van de literair vertaler zou er eens een kijkje moeten nemen.

Ik wil jullie in elk geval dit prachtige citaat van de Italiaanse auteur Simone Sarasso niet onthouden, omdat hij, in prachtige bewoordingen zoals alleen een schrijver dat kan, volgens mij ook echt de spijker op zijn kop slaat: Il traduttore è un alchimista, quando sa fare bene il proprio lavoro compie autentiche, elaborate trasmutazioni: regala alla voce dello scrittore un paio d’ali e un passaporto. La legittima e la nobilita. Accorcia le distanze tra lettore e lettore: questa è magia.  (Een vertaler is een alchemist, wanneer hij zijn vak verstaat, zorgt hij voor waarachtige, complexe transmutaties: hij geeft de stem van de auteur vleugels en een paspoort. Hij heeft haar bestaansrecht en aanzien. Hij verkort de afstanden tussen lezer en lezer: dat is magie.)

Lees meer interviews, onder andere met Ernest van der Kwast, op http://authors-translators.blogspot.nl/
 

woensdag 27 februari 2013

Vers van de pers: Jij bent het kwaad

'Een perfecte thriller die de vergelijking met Stieg Larsson met gemak kan doorstaan.’ – Il Sole 24 Ore

Commissaris Michele Balisteri is voornamelijk geïnteresseerd in vrouwen, voetbal en potjes poker met zijn vrienden. Vermoedelijk kost dat in de zomer van 1982 de jonge Elisa het leven: in plaats van onmiddellijk haar mysterieuze verdwijning vlak voor de WK-finale te onderzoeken, stelt Balistreri het politieonderzoek uit zodat hij naar de tweede helft van de wedstrijd kan kijken.
In 2006 staat Italië opnieuw in de WK-finale, en weer verdwijnt een jonge vrouw. De daders worden van hogerhand op een presenteerblaadje aangereikt: drie Roemeense arbeidsimmigranten. Maar Balistreri, die zijn fout van vroeger nooit te boven is gekomen, wil niet dat er, zoals 24 jaar geleden, door zijn onachtzaamheid fatale fouten worden gemaakt. Al helemaal niet wanneer blijkt dat er een verband is met de moord op Elisa. Hij vermoedt dat er krachten in het spel zijn die meer willen dan alleen moorden, en vraagt zich af in hoeverre hijzelf deel uitmaakt van dat spel.

Op ItaliAgenda vertellen co-vertaalster Miriam Bunnik en ik meer over deze spannende thriller. Lees hier het artikel. Of bestel het boek meteen!

Roberto Costantini, Jij bent het kwaad
Oorspronkelijke titel: Tu sei il male
Uit het Italiaans vertaald door: Miriam Bunnik en Mara Schepers
Uitgeverij Wereldbibliotheek BV
448 pagina's
ISBN 9789028425170
prijs € 24,90

woensdag 6 februari 2013

Een duovertaling, hoe doe je dat?

Boeken worden vertaald, want niet iedereen is in staat om die ene prachtige roman in de originele taal te lezen. Zo zijn verhalen uit andere culturen beschikbaar in Nederland en in het Nederlands, wat mijns inziens echt een verrijking is. Het vertalen van een boek is een arbeidsintensief proces. Vaak duurt het enkele maanden, waarin de vertaalde tekst voortdurend wordt verbeterd, bijgeschaafd, verfraaid.

Het vertalen van boeken is het gedeelte van mijn werk waaraan ik het meeste plezier beleef. Het is creatief, uitdagend, bevredigend. En ik doe het niet alleen! Waar boekvertalers vaak eenzame kunstenaars zijn die op hun spreekwoordelijke zolderkamertje met woorden spelen, doe ik het samen met vriendin en collega Miriam Bunnik. Wij zijn allang overtuigd van de kracht van onze samenwerking, maar aanvankelijk had de uitgever zo zijn twijfels. Zullen er geen stijlverschillen ontstaan als er met twee pennen wordt geschreven? We hebben het tegendeel inmiddels bewezen, maar toch krijgen we nog vaak de vraag: waarom?

Ten eerste: twee weten meer dan één. Wanneer de een vastloopt, niet op dat ene tongstrelende woord komt of twijfelt over wat er in het origineel nu precies bedoeld wordt, kan de verse blik van de ander vaak uitkomst bieden. Ten tweede is het natuurlijk fijn om samen te werken, om vreugde, spanning en deadlinestress te kunnen delen. Ten derde is onze samenwerking ons unique selling point. Omdat wij naast collega’s vooral ook goede vriendinnen zijn, vullen we elkaar op allerlei vlakken aan.

Maar hoe gaat het nu in zijn werk, zo’n duovertaling? Laat ik een van onze laatste vertalingen, Jij bent het kwaad van Roberto Costantini (verschijnt binnenkort) als voorbeeld nemen. Een dikke thriller, bijna 700 bladzijden, waarin commissaris Balistreri op zoek gaat naar een seriemoordenaar tegen de achtergrond van de turbulente ontwikkelingen in de Italiaanse maatschappij. De eerste stap is voor ons altijd het lezen van het hele boek. Niet alle vertalers doen dit, maar wij vinden het belangrijk om een indruk te krijgen van de tekst, de stijl, eventuele vertaalmoeilijkheden enzovoort. Gezien de grote hoeveelheid tekst verdelen wij het ditmaal in zes delen, die we om en om afzonderlijk vertalen. Vervolgens lezen we elkaars vertaling, met de originele tekst erbij, en gaan we er met de digitale rode pen doorheen. Soms is dat even schrikken, want in deze fase zijn we erg kritisch. Een document ziet er dan soms zo uit:

Als we elkaars vertalingen hebben gelezen en van commentaar hebben voorzien, kruipen we samen achter de computer. De een leest hardop de tekst voor, de ander kijkt voor de zekerheid nog even mee in het origineel om er zeker van te zijn dat we niets zijn vergeten. Tijdens deze redactieslag werken we zoveel mogelijk opmerkingen weg, maar er blijven er altijd wel een paar staan. Dat zijn dan soms vertaalproblemen waarover we nog even willen nadenken, of die we aan een native willen voorleggen.

Wanneer we alles op die manier hebben doorgenomen, gaan de geredigeerde vertalingen naar onze moeders, die zo lief zijn om ons werk kritisch door te lezen en ons te wijzen op taal- en tikfouten of op woorden of zinnen die zij vreemd of simpelweg niet mooi vinden. Een waardevolle stap in het proces, ook omdat het als het ware een eerste praktijktest is: wat vindt de potentiële lezer van het boek?

De laatste stap is voor ons altijd het printen van de gehele vertaling en hem dan nog eens helemaal lezen. Zo halen we er toch vaak nog foutjes uit, of komen we alsnog met betere vertaaloplossingen. Onze ervaring is dat je toch andere dingen opvallen wanneer je een tekst van papier en niet van een scherm leest.

Wanneer we helemaal tevreden zijn, plakken we de verschillende delen achter elkaar en halen we lay-outtechnische dingetjes als dubbele spaties en overbodige witregels uit het document. En dan kan de vertaling naar de uitgeverij, waar nog heel wat moet gebeuren voordat het boek daadwerkelijk in de winkels ligt. Maar daarover later een keer meer!
 Klik hier voor een overzicht van de door Miriam en mij vertaalde romans.


woensdag 30 januari 2013

Nieuwe Italiaanse film: Io e te

Tijdens het filmfestival van Rotterdam, dat overigens nog in volle gang is, ging de Italiaanse film Io e te (Ik en jij) in première, een verfilming van het gelijknamige boek van Niccolò Ammaniti, een van mijn favoriete Italiaanse schrijvers. Verloren ziel Lorenzo wil het liefst met rust gelaten worden. Om aan een verplichting te ontkomen, verzint hij een handige leugen waardoor hij een hele week alleen in Rome kan zijn. Maar zijn plannen vallen in het water wanneer plotseling zijn halfzus Olivia, het gedoodverfde zwarte schaap van de familie, voor zijn deur staat. In eerste instantie wil Lorenzo niets van Olivia - beeldschoon, brutaal en gevaarlijk – weten, totdat hij zich realiseert dat ze elkaar misschien wel kunnen helpen.
Tegen de achtergrond van het turbulente Italië van vandaag de dag, vertelt Io e te het ontroerende verhaal van een moedige generatie, van jonge mensen die hunkeren naar acceptatie, maar die bang zijn zichzelf te verliezen. Tegelijkertijd is het een universele ode aan de kracht van familieliefde.

Niccolò Ammaniti is o.a. bekend van Ti prendo e ti porto via (Ik haal je op, ik neem je mee),  Come Dio comanda (Zo God het wil) en Io non ho paura (Ik ben niet bang), dat ook schitterend is verfilmd door regisseur Gabriele Salvatores. Ammaniti is er met Io e te opnieuw in geslaagd om met haarscherpe observaties en rake zinnen de kwetsbaarheid van de menselijke conditie te beschrijven. Oscarwinnaar Bernardo Bertolucci (Novecento, Last Tango in Paris, The Last Emperor, Little Buddha, Il Conformista) heeft dit subliem vertaald naar een meeslepende en ontroerende film. Tijdens het IFFR is Bertolucci geïnterviewd voor het programma College Tour; de uitzending daarvan is op zaterdag 2 februari 2013 om 23.15 uur op Nederland 2.





 
 
 
 
 
 
 
 
 
Voor meer informatie over Niccolò Ammaniti: http://www.niccoloammaniti.nl/

Voor meer informatie over Bernardo Bertolucci: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bernardo_Bertolucci

 

vrijdag 21 december 2012

Fijne feestdagen! Buone feste!

 
 
Bedankt voor de prettige samenwerking in 2012. Ik wens jullie allemaal heel fijne feestdagen en een succesvol 2013!

Vi ringrazio per la piacevole collaborazione nel 2012. Buon Natale e i miei migliori auguri per un 2013 pieno di successi!
 

dinsdag 18 december 2012

Italiaanse culinaire kersttradities

      
Italianen zijn fijnproevers en houden van tradities, vooral voor belangrijke gelegenheden als Kerstmis. Vroeger bestond, met name in Noord-Italië, het kerstavonddiner nagenoeg niet; men vastte de hele dag en nam pas op de ochtend van 25 december een kopje bouillon. De echte kerstlunch begon dan rond vijf uur ’s middags en duurde vaak tot diep in de nacht. In het Zuiden, daarentegen, werd op kerstavond een rijker en smakelijker diner verorberd: eerst een minestrone met groenten en peulvruchten, en vervolgens vis, vaak paling. Nog steeds wordt op kerstavond in Italië vooral vis gegeten.
 
De typische kerstgerechten- en tradities verschilden (en verschillen) natuurlijk per regio. In de Abruzzen, bijvoorbeeld, werd het als een goed voorteken beschouwd om negen verschillende spijzen te eten, ter herinnering aan de zwangerschap van de Heilige Maagd. Rond Pavia dacht men dat het ongeluk bracht om appels te eten, het symbool van de oorspronkelijke zonde. Op het Toscaanse platteland namen de (huis)dieren ook deel aan het kerstdiner, en dat gebeurt nog steeds in sommige dorpen: een oud volksgeloof vertelt immers dat dieren die nacht kunnen praten met God, en hem wellicht kunnen vertellen over het gedrag van hun baasjes. In Modena en omgeving bleef de tafel de hele nacht feestelijk gedekt, zodat de geesten van de overledenen zich om de tafel konden verzamelen. In Mantova wordt het brood van de kerstmaaltijd als een relikwie bewaard, omdat het niet zou beschimmelen. Laurierblaadjes die in Ligurië worden geplukt op kerstochtend blijven maandenlang groen en vers.
 
Eerste kerstdag staat bijna overal in Italië in het teken van vlees, en dan met name cappone, kapoen, en de bouillon die daarvan wordt getrokken, waar de Genovesi natalini (gladde, puntige pasta, zo’n 20 cm lang) aan toevoegen, terwijl in Emilia-Romagna anolini (gevulde pasta) worden gebruikt. Kapoen wordt traditioneel gekookt en geserveerd met mostarda, gekonfijte vruchten in een soort vinaigrette. Degene die tijdens het eten het touwtje vindt waarmee de gevulde kapoen vastgebonden is, krijgt veel geluk in het nieuwe jaar. In veel regio’s eet men kalkoen, die geroosterd wordt en op verschillende manieren gevuld kan worden. In Lazio kiest men vaak voor porchetta, speenvarken. Verder: allerlei soorten groente; fruit, zowel vers als gedroogd; kazen en vooral veel zoetigheden. Zoetigheden op basis van meel, die verwant zijn aan brood: niet voor niets betekent het Hebreeuwse Bethlehem “huis van het brood”, de geboorteplek van Jezus die van het brood zijn belangrijkste symbool maakte. Om die reden vind je pandolce in Genua, pangiallo in Ferrara, panvisco in Bari, panforte in Siena, panettone in Milaan, pancertosino in Bologna en pandoro in Verona.
 
En met meel worden nog vele andere heerlijkheden gemaakt, zoals de pittule, een soort beignets, in de Salento die op verschillende manieren gevuld kunnen worden: met vis (sardines), met olijven of alla pizzaiola, met bloemkool of met garnalen. In Puglia geniet men ook van de taralli ‘nnasparati, ringvormige koekjes bedekt met glazuur.
 
Met Kerstmis gooit niemand iets weg. In Modena en Mantova wordt geloofd dat de restjes van het kerstavonddiner over bijzondere eigenschappen beschikken: met boter en olie kunnen snij- en schaafwonden worden behandeld, wijn geneest de wonden op de ruggen van lastdieren en de overgebleven wijn wordt bij de wijnranken gegooid, omdat een dergelijke ‘doop’ voor extra veel druiven zal zorgen. Kuikentjes krijgen broodkruimels zodat ze sterk en gezond worden, en beschermd zijn tegen hongerige roofdieren. Kaarsenwas geneest verstuikingen en kneuzingen. Azijn wordt gebruikt om anjers te besprenkelen, zodat ze bontgekleurde bloemblaadjes krijgen. Als de pitten van appels en peren met Kerstmis worden geplant, zullen ze vast en zeker wortel schieten.
 
Se non è vero, è ben trovato. Italië zit vol verhalen en de Italianen houden van tradities. Buon Natale!

donderdag 13 december 2012

De zichtbaarheid van de (literair) vertaler


Morgen en overmorgen worden de Literaire Vertaaldagen voor de veertiende keer gehouden. Het thema van dit jaar is ‘Schaduw of schijnwerper - de zichtbaarheid van de vertaler’. Een zeer actueel thema, want het Nederlands Letterenfonds en de Nederlandse Vereniging van Letterkundigen proberen middels verschillende initiatieven de literair vertaler meer zichtbaarheid te geven. Niet geheel onbelangrijk, want de vertaler is over het algemeen onopvallend, onbekend en wellicht ook onbemind.

Hoe erg is dat nu eigenlijk? Moet een vertaler wel in de schijnwerpers staan? Moet de naam van de vertaler op het omslag van het werk verschijnen? Zijn veel literair vertalers niet gewoon hardwerkende taalkunstenaars die eenzaam op een zolderkamertje spelen met woorden om ervoor te zorgen dat de mooiste buitenlandse literatuur ook het Nederlandse publiek bereikt? Ik weet het niet. Wel weet ik dat vertalers vaak niet de waardering krijgen die ze verdienen, en dan doel ik niet alleen op de financiële beloning voor hun werk. Hoe vaak wordt de naam van de vertaler achterwege gelaten bij een recensie van een roman? Die moet het doen met vage opmerkingen over een prettig leesbare, vloeiende of poëtische stijl, die toch vooral ook aan de vertaler te danken is, zo zie ik het althans.

Persoonlijk heb ik niets te klagen. Ik werk voor een fijne uitgeverij, die mij en mijn covertaalster prachtige titels laat vertalen en netjes volgens de zwaarbevochten modelcontracten werkt. We krijgen waardering en soms mooie complimenten voor ons werk. Natuurlijk spelen ook uitgeverijen een rol in het verbeteren van de zichtbaarheid van de vertaler, maar kunnen wij daar in deze moderne tijd van internet en social media zelf niet ook heel veel in betekenen? Ik heb een website om mensen te informeren over mijn werkzaamheden, en dit blog om af en toe wat meer te kunnen vertellen over de dingen waarmee ik bezig ben. Ik gebruik het zakelijke netwerk LinkedIn en ben actief op Facebook, waar je heel eenvoudig een professionele pagina kunt aanmaken om zo werkgerelateerde informatie te delen en gratis reclame te maken. Ik gebruik Twitter, een uitermate toegankelijk en laagdrempelig medium, om contact te houden met collega-vertalers en (potentiële) opdrachtgevers. Ik bezoek symposia, workshops en andere bijeenkomsten. Volgens mij is het nog nooit zo gemakkelijk geweest om jezelf als vertaler een beetje in de schijnwerpers te zetten!

Volg mij ook op Twitter en Facebook!