donderdag 2 april 2015

Vertalen is geen bijbaan

Gezien op het net:

Geld verdienen met vertalen
Geld verdienen met vertalen is een leuke bijbaan. Als vertaler kun je een aardig bedrag verdienen, ook als je niet professioneel vertaald. Als beëdigd vertaler verdien je natuurlijk aanzienlijk meer. Mogelijkheden zijn er voldoende. Bijvoorbeeld freelance vertaalwerk op via een website.
(http://schrijfenverdien.blogspot.nl/2012/10/geld-verdienen-met-vertalen.html)

Vertalen is een vak. Hoe vaak moet dat nog worden gezegd? Een vertaler is een hoogopgeleide professional, die zijn bron- en doeltaal tot in de puntjes beheerst en rekening houdt met de culturele aspecten van een tekst. Een goede vertaler weet dat er wezenlijke verschillen zijn tussen – in mijn geval – het Italiaans en het Nederlands en dat daarmee rekening moet worden gehouden in de vertaling. Wat in het Nederlands een pakkende slogan is, werkt mogelijk in het Italiaans juist helemaal niet. Een vertaler kijkt dus ook kritisch naar de stijl en de toon van een tekst, om de boodschap van die tekst zo nauwkeurig mogelijk te kunnen weergeven in de doeltaal. Iets wat Google Translate echt niet kan, dat lijkt me duidelijk, maar wat ook ongeschoolde ‘vertalers’, mensen die wel een aardig woordje Engels, Frans of Duits spreken, niet beheersen.

Als ik dan advertenties tegenkom zoals die hierboven gaan mijn nekharen overeind staan, zeker als er ook nog zo’n dikke dt-fout in staat. Bovendien staat er een pertinente onwaarheid in, namelijk dat je als beëdigd vertaler ‘natuurlijk’ meer verdient. Een beëdigd vertaler is een vertaler die in het Register Beëdigde Tolken en Vertalers staat en zo bij wet gerechtigd is om vertalingen te maken waarvoor een beëdiging nodig is, zoals juridische stukken of officiële documenten als geboorteaktes en diploma’s. Dit zegt dus helemaal niets over de vergoeding die hij/zij daarvoor krijgt.

Dit is nog zo’n mooie:

Een leuke manier om geld te verdienen is het vertalen van teksten. Professioneel is dit erg moeilijk, aangezien je diploma's en dergelijke moet hebben. Maar als bijbaantje is het goed te doen en erg makkelijk. Je vertaalt teksten naar Frans, Duits of Engels en krijgt hier geld voor!
(http://muyinfo.blogspot.nl/2011/12/geld-verdienen-met-het-vertalen-van.html)

Waarom zou vertalen als bijbaantje prima te doen zijn, als het professioneel zo moeilijk is? Ja, een echte vertaler heeft inderdaad een (ver)taaldiploma, omdat hij zijn vak moet verstaan. Zolang dat bewustzijn er bij bedrijven – onze klanten – niet is, en zij liever in zee gaan met een student die voor een tientje per uur hun website wel even vertaalt, zullen we slechte vertalingen blijven tegenkomen. Gelukkig kunnen we daar af en toe smakelijk om lachen – al is het natuurlijk eigenlijk om te huilen.




donderdag 5 maart 2015

Webinar literair vertalen

Op 13 oktober 2015 geef ik samen met Miriam Bunnik een webinar over literair vertalen. 

Literair vertalen: wat komt er allemaal bij kijken?

Literair vertalen is een vak apart. Veel vertalers hebben de ambitie om ooit een roman te vertalen. Maar wat komt daar allemaal bij kijken? Hoe kom je in het vak terecht? Welke opleidingen, beroepsverenigingen en ondersteunende instanties zijn er? Welke specifieke vaardigheden heb je nodig? Hoe werk je met meerdere vertalers aan een boek? Tijdens dit taaloverstijgende webinar delen wij onze ervaring als literair vertaalduo.

Schrijf je nu in via de website van KTV Kennisnet!


woensdag 4 februari 2015

#lovemyjob

Ik schreef al eens over mijn dilemma’s als zzp’er. Over hoe moeilijk het soms is om werk en privé gescheiden te houden, vooral als je werk is ontstaan uit een grote liefde, en dus sterk verbonden is met je privéleven. Over hoe ik in 2008 besloot voor mezelf te beginnen, zodat ik elke dag met Italië en het Italiaans bezig kon zijn en alleen maar leuke dingen hoefde te doen.

En nu, in 2015, is het zover. Jaren van hard werken, jezelf bewijzen en netwerk opbouwen beginnen hun vruchten af te werpen. Het is begin februari en mijn agenda zit eigenlijk tot 1 augustus al vol. De eerste boekvertaling van dit jaar is ingeleverd en ik ga meteen door met een spannend nieuw project, waarover later zeker meer zal verschijnen op dit weblog. Het heeft iets te maken met de Italiaanse keuken, en ik zit regelmatig watertandend achter mijn computer tijdens het vertalen. Ook daarna hoef ik me niet te vervelen, want de uitgever heeft ons al een nieuw boek ter vertaling aangeboden. Na drie delen politiethriller van Costantini mogen we onze tanden weer eens in een echt literair werk zetten, en daar hebben we natuurlijk heel veel zin in. Er staat al een leuke tolkopdracht van drie dagen in mijn agenda voor mei, een stoomcursus Italiaans met een dame die voor haar werk vaak naar Italië zal gaan en natuurlijk de altijd inspirerende lessen aan de Volksuniversiteit Utrecht. En de gaatjes vul ik met alle plezier op met andere leuke vertaal-, tolk- en redactieklussen.

Waar 2014 zakelijk gezien een wat minder goed jaar was, lijkt 2015 dus geweldig te worden. Kom maar op, ik ben er klaar voor!  #lovemyjob 
    

woensdag 14 januari 2015

Slechte brontekst, slechte vertaling?

Dat vertalen niet zomaar het omzetten van woorden van de ene in de andere taal is, weten we natuurlijk. Een vertaler moet rekening houden met de stijl van een tekst, de culturele achtergrond van de lezer en taalspecifieke kenmerken. Als vertaler ben je soms dus aan het herschrijven, omdat een bepaalde tekst in het Nederlands de boodschap perfect overbrengt, terwijl je in het Italiaans de plank volledig zou misslaan. Een vertaler is daarom ook een zeer kritische lezer. Voordat ik aan een vertaling begin, analyseer ik een tekst altijd. Daarbij kijk ik naar het doel van de tekst, de beoogde lezer en de stijl, en aan de hand van die analyse kies ik voor een bepaalde vertaalstrategie. De ene keer blijf ik wat dichter bij de brontekst dan de andere keer, en soms kom ik tot de conclusie dat de brontekst simpelweg slecht is.
En dan? Dat is een pittig vertalersdilemma en de meningen lopen dan ook uiteen. De een zegt: slechte brontekst, slechte vertaling, terwijl de ander vindt dat je best hier en daar wat mag veranderen om de doeltekst beter te maken. Vooral in het geval van boekvertalingen is dit soms een groot probleem. Natuurlijk zijn niet alle romans even goed geschreven, maar de uitgever wil vanzelfsprekend wel dat er voor het Nederlands publiek een prettig leesbaar boek ontstaat. Juist omdat ik als vertaler een boek zo goed lees, haal ik er met enige regelmaat fouten uit. Een personage dat eerst groene en daarna donkere ogen heeft. Fouten in de tijdlijn, of historische fouten. Zo werd er ooit in een boek dat wij vertaalden gesproken over de klok op de Eiffeltoren die aftelde naar het jaar 2000. Alleen speelde het verhaal in 1989, en toen hing die klok er natuurlijk nog niet. Een bepaald uitzicht over Rome kan ik op basis van mijn kennis van die stad nog controleren, maar hoe zit het als een boek in Tripoli speelt? Moet je als vertaler alles controleren wat de auteur heeft geschreven? En als bepaalde dingen niet blijken te kloppen, moet je die dan verbeteren? Wat als de auteur het bewust heeft gedaan? Dagelijkse kost voor een vertaler.

Andere vertalers pakken het wellicht anders aan, maar ik kies er vaak voor om met mijn opdrachtgever (de uitgever) te overleggen. En in sommige gevallen moet je de Italiaanse uitgeverij of de schrijver erbij betrekken. Slechte brontekst, slechte vertaling? Nee, liever niet, maar soms heeft dat heel wat voeten in de aarde.

maandag 5 januari 2015

Gelukkig Nieuwjaar! Buon Anno Nuovo!

Na een heerlijk weekje in de Franse sneeuw begint het nieuwe jaar vandaag voor mij ook op werkgebied. Natuurlijk allereerst mijn beste wensen voor 2015! Dat het maar een jaar vol mooie boeken. boekvertalingen, tolkopdrachten en andere leuke projecten mag worden. Er staat al het een en ander op stapel. Deze maand leggen Miriam en ik de laatste hand aan het laatste deel van Costantini’s trilogie van het kwaad en dat zal in april in de winkels liggen. Eind maart ga ik naar mijn geliefde Rome, en dan begin mei weer voor een seminar voor docenten Italiaans. Een aantal mooie projecten die zo goed als zeker doorgaan, andere die nog onzeker zijn. Ik ben benieuwd wat 2015 mij nog meer gaat brengen! 

dinsdag 23 december 2014

Geen Italiaanse kerst zonder panettone

Waar Nederlandse supermarkten in december vol liggen met kerstkransjes en kerststollen, eten Italianen in de kerstperiode graag een panettone. Een panettone is een luchtig brood met rozijnen en gekonfijte vruchtjes, in een karakteristieke ronde vorm. Oorspronkelijk komt de panettone uit Milaan, maar inmiddels wordt hij in heel Italië gegeten. Over het ontstaan van de panettone doen verschillende verhalen de ronde, maar het mooist vind ik toch het verhaal waarin de naam panettone wordt verklaard.

Het is Kerstmis 1495. Ludovico il Moro, de hertog van Milaan, heeft alle belangrijke mensen van de stad uitgenodigd op zijn kasteel voor een uitgebreide kerstlunch. Het is bijna tijd voor het dessert als de kok erachter komt dat hij dat heeft laten verbranden. Dit kan hem de kop kosten, en de kok is wanhopig. Dan komt Toni, een keukenhulp die al tijden verliefd is op de dochter van de kok, aanzetten met een door hem gebakken zoet brood met cederappel en rozijnen. De kok serveert dit brood in plaats van de verbrande desserts en wacht vol spanning de reactie van de hertog en zijn gasten af. Gelukkig is iedereen enthousiast, en sindsdien vieren de Milanezen kerst met il pan de Toni, het brood van Toni. Natuurlijk trouwt Toni later met de dochter van de kok en leven zij nog lang en gelukkig.

Se non è vero, è ben trovato, zullen we maar zeggen, als het niet waar is, is het in elk geval een mooi verhaal. Er wordt in Italië overigens niet alleen panettone gegeten met Kerstmis. Niet voor niets betekent het Hebreeuwse Bethlehem, de geboorteplek van Jezus die van het brood zijn belangrijkste symbool maakte, ‘huis van het brood’. Om die reden vind je pandolce in Genua, pangiallo in Ferrara, panvisco in Bari, panforte in Siena, pancertosino in Bologna en pandoro in Verona.

Buon Natale!

vrijdag 17 oktober 2014

De schaduwkant van een zonovergoten land

"Verwacht geen ode aan Italië en dus zeker geen liefdesverklaring. Zie het eerder als een goedbedoelde oproep. Als een brief aan Italië, aan het land en aan zijn volk. Lees het maar als een boze liefdesbrief." Dat schrijft Ine Roox, buitenlandjournalist van De Standaard, in haar boek Italië: De schaduwkant van een zonovergoten land.

Net als Ine Roox koester ik al jaren een verregaande passie voor alles wat met Italië te maken heeft. Ik mijmer over het tongstrelend lekkere eten, de schoonheid van Rome, de zangerige klanken van het Italiaans. Maar Italië heeft ook een andere kant, en dat weet ik. Uit eerste hand, omdat ik er woonde en zelf te maken kreeg met onvriendelijke ambtenaren die vaker niet dan wel aanwezig waren, oneindige rijen bij het postkantoor, schandalig lage salarissen en overvloedige stakingen in het openbaar vervoer. En uit andere boeken, want Roox’ boek over het andere gezicht van Italië is niet het eerste dat daarover is geschreven. Toch geeft ook dit boek weer een aardig inkijkje in het soms ondoorgrondelijke karakter van een land dat tot ieders verbeelding spreekt.

Aan de hand van vijftien verhalen met thema’s als politiek, maffia, emigratie en cultuur schetst Ine Roox een beeld van voornamelijk de problemen die in Italië spelen. Het is bij vlagen ontluisterend om te lezen hoe spilziek de Italiaanse overheid is: in het dorpje Comitini op Sicilië, bijvoorbeeld, wonen welgeteld 960 mensen, maar er zijn maar liefst 65 gemeenteambtenaren in dienst. De kosten voor het Italiaanse parlement rijzen de pan uit. De wereldwijde crisis in combinatie met de vastgeroeste Italiaanse arbeidsmarkt leidt tot la fuga dei cervelli: hoogopgeleide Italianen vertrekken momenteel massaal naar het buitenland omdat zij in eigen land geen kans krijgen. De maffia wordt geromantiseerd in boeken en films, maar houdt een groot deel van het Mezzogiorno, het zuiden van Italië, nog steeds in haar greep. Natuurlijk komt ook Berlusconi ter sprake, en dan met name de manier waarop hij van Italië een televisiekijkende natie heeft gemaakt die voor haar informatievoorziening vertrouwt op de vaak niet al te objectieve berichtgeving op tv. De macht die het Vaticaan nog altijd heeft zorgt ervoor dat onderwerpen als abortus, euthanasie en samenlevingscontracten nog altijd onbespreekbaar zijn. Bezuinigingen leiden tot wantoestanden in Italië’s rijke cultuursector. Al met al geen hoopgevend beeld.

En toch geeft Ine Roox ons hoop. In de Italiaanse maatschappij ontstaan eervolle initiatieven om dingen te veranderen. Een mooi voorbeeld is de antimaffiabeweging Libera Terra op Sicilië: op voormalig maffialand brengen Siciliaanse jongeren biologisch geteelde producten op de markt, zoals het wijnlabel Cento Passi, dat verwijst naar de afstand tussen het huis van antimaffiastrijder Peppino Impastato en dat van maffiabaas Tano Badalamenti. Hoewel hier en daar een tikkeltje belerend, is Italië: De schaduwkant van een zonovergoten land een waardevolle aanwinst in de boekenkast van iedere Italiëliefhebber.